.A. 9.4.1 Beperking toegang tot informatie v1.5.1

In ontwikkeling

.A. 9.4.1 Beperking toegang tot informatie v1.5.1

Norm

Rationale

Deze maatregel borgt dat authenticatie van personen en autorisatie tot hun persoonlijke gegevens betrouwbaar plaatsvindt.

Implementatie

Authenticatie van personen (eindgebruikers) MOET plaatsvinden op basis van minimaal twee factoren. Na succesvolle authenticatie krijgen personen alleen toegang tot hun eigen persoonlijke gezondheidsgegevens of de gegevens van de vertegenwoordigde.

Scope: Dit geldt voor het gehele MedMij PGO en voor alle gebruikers die hier toegang toe krijgen. Dit is onafhankelijk of deze gebruikers MedMij uitwisselingen gebruiken of niet.

Naast SMS MOET een deelnemer ook een sterkere tweede factor aanbieden. De Persoon bepaalt zelf welke tweede factor wordt gebruikt.

In deze versie van het Afsprakenstelsel wordt SMS als tweede factor nog geaccepteerd. Het voornemen is deze methode te schrappen. Dit kan, op het moment dat grotere beveiligingsrisico's optreden, via een snel door te voeren patch van het Afsprakenstelsel. 

NEN 7510:2017

A.9.4.1 Beperking toegang tot informatie

NEN 7510:2011

A.11.5.2 Gebruikersindentificatie en -authenticatie

Beoordeling

Auditmethode

  • Stel vast dat (minimaal) twee-factorauthenticatie van personen technisch afgedwongen wordt

  • Stel vast dat voldoende maatregelen zijn ingericht die waarborgen dat na succesvolle authenticatie de personen alleen toegang krijgen tot hun eigen persoonlijke gezondheidsgegevens. Ondersteunende evidence omvat bijvoorbeeld gedocumenteerde usecases of het uitvoeren van een ‘walk through’ vanuit het perspectief van de eindgebruiker

Ten aanzien van de in het eerste punt bedoelde twee factoren gelden de volgende twee richtlijnen.

Ten eerste moeten de factoren uit verschillende van de volgende categorieën gebruikt worden.

  • drie categorieën van zogenoemde "authenticatiefactoren": factoren waarvan is bevestigd dat deze gebonden zijn aan een persoon.

    • op bezit gebaseerde authenticatiefactoren: authenticatiefactoren waarvan de betrokkene moet aantonen dat deze in zijn bezit is;

    • op kennis gebaseerde authenticatiefactoren: authenticatiefactoren waarvan de betrokkene moet aantonen dat hij ervan kennis draagt;

    • inherente authenticatiefactoren: authenticatiefactoren die op een fysiek kenmerk van een natuurlijke persoon is gebaseerd en waarbij de betrokkene moet aantonen dat hij dat fysieke kenmerk bezit;

  • dynamische authenticatie: een elektronisch proces, dat met gebruikmaking van cryptografie of een andere techniek de middelen biedt om op verzoek een elektronisch bewijs op te maken dat de betrokkene de controle heeft over of in het bezit is van de identificatiegegevens, en dat verandert telkens als authenticatie plaatsvindt tussen de betrokkene en het systeem dat diens identiteit verifieert;

Twee factoren

Bijvoorbeeld, wanneer er tijdens het inloggen zowel een TouchID als een FaceID gebruikt wordt, dan is er geen sprake van two-factor, omdat het beide inherente authenticatiefactoren zijn. 

Ten tweede moet het gebruik van beide factoren tijdens het inloggen achter elkaar plaatsvinden en in het inlog-proces onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn.

Twee factoren

Bijvoorbeeld, wanneer FaceID gebruikt wordt om met de iCloud password manager een wachtwoord in te voeren is er geen sprake van twee-factorauthenticatie, omdat het wachtwoord ook handmatig ingevoerd kan worden.

Deze tabel toont voorbeelden van veelgebruikte authenticatiefactoren.

Verificatie

Welke documenten (incl. versienummers) zijn ingezien.

Eindgebruikers moeten worden beschermd. De eindgebruiker van een PGO moet er vanuit kunnen gaan dat gegevens op een goede manier toegankelijk worden gemaakt. Eindgebruikers moeten kunnen vertrouwen dat hun medische informatie veilig wordt opgeslagen.

Rollen

DVP

DVA



BO



%snippet.rollen

In ontwikkeling