Op deze laag worden de infrastructurele rollen (Nodes) op het MedMij-netwerk bepaald en voorzien van verantwoordelijkheden op het gebied van versleuteling, authenticatie van Nodes en autorisatie van Nodes. Met dat laatste wordt bedoeld dat er steeds opnieuw moet worden vastgesteld dat een Node gerechtigd is zich te bewegen op het MedMij-netwerk. Voor versleuteling en authenticatie worden PKI-certificaten gebruikt. Autorisatie zou op grofweg twee manieren in het MedMij Afsprakenstelsel kunnen worden opgenomen:
De voordelen van de eerste optie zouden zijn dat:
Toch is voor de tweede optie gekozen, omdat de voor de eerste optie benodigde controle over de hostnames en de certificaten alleen met ongewenste bijeffecten gepaard zou gaan. De volgende opties zijn daarbij verkend:
Onderstaande tabel vat samen hoe in de verantwoordelijkheden op deze laag de beveiligingsfuncties beveiliging, authenticatie en autorisatie worden ingericht. Het onderscheid, bij autorisatie, tussen inkomend en uitgaand verkeer is het gevolg van dat in deze twee gevallen de identificatie van de andere Node anders plaatsvindt.
|
1. In het MedMij-netwerk functioneert:
Voor de algemene uitgangspunten inzake de getalsverhoudingen tussen de rollen, zie de pagina Architectuur en technische specificaties. De uitzondering daarop inzake het frontchannel-verkeer is noodzakelijk om de OAuth Client List te laten functioneren. Het is dus mogelijk voor een PGO Server om verschillende certificaten te hanteren voor frontchannel- en backchannel-verkeer, zolang op de OAuth Client List maar de hostname in het certificaat voor frontchannelverkeer voorkomt die tevens voorkomt in de redirect URI inzake OAuth. Er is precies één MedMij Stelselnode in het MedMij-netwerk. Zonder die MedMij Stelselnode is er geen MedMij-netwerk. In lijn met keuzes op de Proces- en Informatielaag, treden in het zorgaanbiedersdomein alleen de ZA Nodes op in het MedMij-netwerk. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld achterliggende xIS'en niet over het MedMij-netwerk communiceren met de ZA Node. Dat verkeer is verborgen achter de ZA Node. Alle daarvoor benodigde routering wordt afgehandeld door de server-implementaties en speelt zich buiten het zicht van het MedMij Afsprakenstelsel af. |
2. Op één:
Voor de algemene uitgangspunten inzake de getalsverhoudingen tussen de rollen, zie de pagina Architectuur en technische specificaties. |
3. Een of meerdere PKIoverheid TSP's treden op als PKIoverheid TSP.
1a. Al het verkeer over het MedMij-netwerk is beveiligd met Transport Layer Security (TLS).
1b. Er wordt enkel gebruik gemaakt van TLS-versies en -algoritmen die zijn geclassificeerd als "goed" in de ICT-beveiligingsrichtlijnen voor Transport Layer Security (TLS), versie 2.1 van het NCSC.
Het is niet verplicht om alle algoritmen aan te bieden die in de genoemde richtlijnen als "goed" zijn geclassificeerd. |
1c. Gebruik van TLS False Start is verboden.
Gebruik van TLS False Start is verboden om te voorkomen dat er inhoudelijke verwerking plaatsvindt van uitgewisselde gegevens voordat voor de betreffende uitwisseling authenticatie en autorisatie geslaagd zijn (zie onder). |
2. Om zich te kunnen authenticeren en autoriseren op het MedMij-netwerk, kunnen elke PGO Node, elke ZA Node en de MedMij Stelselnode een PKIoverheid-certificaat overleggen, en wel een server-certificaat van een PKIoverheid TSP.
3. Alle certificaathouders verbinden zich aan de op hen toepasselijke eisen van het PKIoverheid-stelsel. Een organisatie mag meerdere certificaten hebben.
De keuze voor de PKI-standaard past bij principe P19 van het MedMij Afsprakenstelsel. Er bestaan andere manieren voor, en ideeën over, het borgen van vertrouwen in een netwerk van geautomatiseerde systemen, maar deze zijn nog lang niet zo bewezen als PKI, dat wereldwijd wordt ondersteund, en wereldwijd is beproefd, door overheden en marktspelers. Bij gebruik van de PKI-standaard doet zich de vraag voor van welk(e) PKI-stelsel(s) gebruik gemaakt kan of moet worden. Zo'n PKI-stelsel voorziet in een hiërarchie van organisaties die certificaten uitgeven, zodanig dat de betrouwbaarheid van de certificaten van zo'n organisatie leunt op de betrouwbaarheid van de eerst-hogere organisatie in die hiërarchie, doordat de certificaten van de lagere-in-hiërarchie een handtekening hebben van die van de hogere-in-hiërarchie. Aan de top van zo'n hiërarchie staat een zogenoemde root Certificate Authority (root CA) die zijn betrouwbaarheid niet aan een hogere kan ontlenen, zijn eigen (stam)certificaten tekent, en zo een steunpilaar is van het vertrouwen in het hele betreffende PKI-stelsel. Het MedMij Afsprakenstelsel had ervoor kunnen kiezen een PKI-stelsel specifiek voor MedMij in te richten, maar de kosten daarvan, voor zichzelf en voor haar deelnemers, wegen niet op tegen de voordelen, onder de voorwaarde dat er een ander geschikt PKI-stelsel voorhanden is. Deelnemers zullen met hun services immers ook in andere afsprakenstelsels betrokken kunnen zijn dan dat van MedMij. Zo'n keuze past bovendien niet bij principe P6. Omdat het MedMij-netwerk een nationale en maatschappelijk kritische infrastructuur is, met hoge eisen aan betrouwbaarheid, kiest het MedMij Afsprakenstelsel voor het momenteel enige PKI-stelsel waarin de betrouwbaarheid uiteindelijk steunt op een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon: PKIoverheid met de Staat der Nederlanden als root CA. Zo is de governance van de root CA transparant en toegankelijk belegd. Het MedMij Afsprakenstelsel bouwt voor het door hem aan zijn deelnemers geboden vertrouwen dus mede op het PKIoverheid-stelsel, op het door dat stelsel vastgestelde programma van eisen voor de in dat stelsel betrokken TSP's en op de certificatiehiërarchie van PKIoverheid. Deelnemers in het MedMij Afsprakenstelsel zullen dus service-certificaten moeten betrekken bij een bij PKIoverheid aangesloten TSP die bij haar past. |
4. Op het MedMij-netwerk wordt al het verkeer versleuteld volgens TLS, zoals bedoeld in verantwoordelijkheid 1.
5. Tijdens de handshake van TLS, zoals bedoeld in verantwoordelijkheid 1, wordt door de TLS-server in de server hello
-stap aan de TLS-client:
Bij backchannel-verkeer vindt dus twee-wegauthenticatie plaats, bij frontchannel-verkeer een-wegauthenticatie. |
6a. ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode valideren tijdens de TLS-handshake aan het begin van een TLS-sessie of het een PKIoverheid-certificaat is en controleren bij de Certification Authority of het ontvangen certificaat geldig is, op basis van CRL of OCSP. In geval van het falen van één van deze controles wordt het certificaat niet geaccepteerd en de TLS-sessie niet gestart.
6b. In geval van het gebruik van OCSP in het kader van verantwoordelijkheid 6a mag de OCSP response vastgeniet zitten aan het certificaat (OCSP Stapling).
Het laten vastnieten van een OCSP-antwoord aan het certificaat is toegestaan in het Afsprakenstelsel MedMij. De ontvanger mag dit OCSP-antwoord gebruiken maar kan de controle of het certificaat ingetrokken is ook op een andere manier uitvoeren. Wanneer ervoor gekozen is om de controle alleen via OCSP uit te voeren kan het voorkomen dat een OCSP responder geen of niet tijdig een antwoord geeft. In dat geval kan ervoor gekozen worden om de TLS sessie toch op te zetten (soft-fail). Het primaire mechanisme binnen het MedMij Afsprakenstelsel om te bepalen of nodes elkaar mogen benaderen is de Whitelist-controle. |
6c. Met inachtneming van verantwoordelijkheid 6a, accepteren ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode PKIoverheid certficaten van elkaar door:
Omdat het vastnieten van OCSP antwoorden (stapling) is toegestaan, zal iedere Node welke een certificaat moet controleren het vastnieten in zoverre moeten ondersteunen dat het alleen het feit dat er een vastgeniet OCSP antwoord gebruikt wordt niet mag leiden tot een foutmelding of het anderszins plots beëindigen van de TLS handshake of sessie. |
6d. PKIoverheid certificaten moeten (in ieder geval op productie en acceptatie omgevingen) als complete keten inclusief alle intermediate certificaten worden verstuurd en gecontroleerd. Een certificaat keten bestaat uit het certificaat zelf, aangevuld met alle intermediate certificaten die worden meegeleverd door de CSP, de uitgevende instantie van het betreffende certificaat. Het root certificaat moet niet meegeleverd worden (dit is al aanwezig in de truststore van de tegenpartij).
7. De MedMij Stelselnode biedt aan PGO Node en ZA Node een use case-implementatie (UCI Opvragen WHL) om de actuele versie van de WHL-implementatie op te vragen. Betrokken rollen gebruiken hiervoor het betreffende stroomdiagram.
De WHL-implementatie is de implementatie van de Whitelist in XML. |
8. Het aandeel van de MedMij Stelselnode in UCI Opvragen WHL is voor minstens 99,9% van de tijd beschikbaar. MedMij Registratie laat, na het niet beschikbaar raken van het aandeel van MedMij Stelselnode in de use case, maximaal acht uren (480 minuten) verstrijken voordat het weer beschikbaar is.
9. PGO Nodes en ZA Nodes betrekken minstens elke vijftien minuten (900 seconden) de meest recente WHL-implementatie van MedMij Stelselnode.
10. De MedMij Stelselnode heeft stelselnode.medmij.nl
als hostname. De MedMij Stelselnode staat niet op de WHL-implementatie, maar wordt er voor de controle tegen de Whitelist-implementatie wel geacht op te staan.
Door op deze manier de MedMij Stelselnode te autoriseren voor MedMij-verkeer wordt ervoor gezorgd dat ook in foutsituaties of bootstrap-situaties een PGO Node of ZA Node de MedMij Stelselnode kan aanspreken om een WHL-implementatie op te halen. |
11. PGO Nodes en ZA Nodes valideren elke nieuw verkregen Whitelist tegen het XML-schema van de Whitelist. Dit XML-schema is een technische implementatie van het MedMij-metamodel. Alle hostnames op de Whitelist zijn fully-qualified domain names, conform RFC3696, sectie 2
12. Ten behoeve van de technische beveiliging van het gegevensverkeer dat zich voltrekt in het kader van UCI Opvragen WHL maken betrokken rollen gebruik van Versleuteling, Server Authentication en Server Authorization, volgens het bepaalde op deze Netwerk-laag.
13. ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode laten, elk hunnerzijds, backchannel-verkeer over het MedMij-netwerk dan en alleen dan doorgang vinden, nadat zij hebben vastgesteld dat de hostname van de andere Node, waarmee verbinding gemaakt zou worden, op de meest actuele Whitelist voorkomt.
In geval van frontchannel-verkeer vindt er geen Server Authorization plaats. |
14a. De Node die
Common Name
of een van de eventuele Subject Alternative Names
.14b. Voor zover de Dienstverlener Zorgaanbieder ervoor kiest de controle tegen de Whitelist na afloop van de TLS-handshake uit te voeren, is deze controle logisch gescheiden van de bedoelde eerstvolgende stap. De vereiste volgordelijkheid kan worden aangetoond door middel van code-inspecties, penetratietesten en inspecties van logs.
In geval van uitgaand verkeer kan de voorziene TLS-client de controle tegen de Whitelist al uitvoeren voordat hij de TLS-handshake initieert, omdat hij de voorziene TLS-server al heeft geïdentificeerd, om te weten wie hij überhaupt moet aanspreken. In geval van inkomend verkeer echter, kan de TLS-server de zich aandienende TLS-client pas identificeren gedurende of na de TLS-handshake, aan de hand van het certificaat dat hij, conform verantwoordelijkheid 2, moet ontvangen. Daarop moet een hostname voorkomen die op de Whitelist is terug te vinden. Door toe te staan dat niet alleen de Het vroegste, en op het eerste gezicht dus meest veilige, moment om de controle tegen de Whitelist uit te voeren is in dat geval gedurende de TLS-handshake, tussen de ontvangst van het certificaat van de TLS-client en de voorziene verzending van de Daarom wil het MedMij Afsprakenstelsel meer implementatievrijheid bieden, zonder evenwel het risico te accepteren dat er inhoudelijke informatie gaat worden verwerkt die afkomstig is van een TLS-client, voordat de controle tegen de Whitelist heeft verzekerd dat die TLS-client tot MedMij-verkeer geautoriseerd was. Omdat er meerdere manieren zijn om dat ook na afloop van de TLS-handshake te implementeren, vereist het MedMij Afsprakenstelsel hiervoor geen vaste architectuurvariant (zoals met een reverse proxy), maar stelt het de vereiste van volgordelijkheid, naast een logische scheiding. Deze moeten kunnen worden aangetoond door middel van code-inspectie, penetratietesten en inspecties van logs. |
15. Indien een Whitelist-controle, in het kader van verantwoordelijkheid 14, niet kan worden uitgevoerd, of een negatief resultaat oplevert, breekt dit de voortgang af van de uitvoering van de use case-implementatie en stellen de betrokken Applicatie-rollen elkaar hiervan niet op de hoogte.
Omdat het niet slagen van de Whitelist-controle duidt op een niet te vertrouwen tegenpartij, wordt deze daarvan niet op de hoogte gesteld. |
16. Dienstverleners persoon, Dienstverleners zorgaanbieder en MedMij Beheer zijn, in hun rol als DNS Server of cliënt daarvan, ervoor verantwoordelijk dat de name records behorende bij de hostnames van MedMij Nodes, respectievelijk de MedMij Stelselnode, zijn ondertekend volgens DNSSEC.
17. De MedMij Stelselnode en elke MedMij Node, in zijn rol als DNS resolver in het Domain Name System, controleert of de ontvangen name records zijn voorzien van ondertekening volgens DNSSEC en valideert deze volgens DNSSEC. Indien deze controle en validatie niet beide slagen, ziet hij af van verbinding met de betreffende hostname.
Het gebruik van DNSSEC (RFC 4033, RFC 4034, RFC 4035) vermindert de kwetsbaarheid van het Domain Name System voor bijvoorbeeld DNS spoofing. |
18. De OAuth Client List bevat voor elke PGO Server alleen die PGO Node waarmee de betreffende PGO Server het frontchannelverkeer afhandelt.
Conform het bepaalde onder punt 1 onder Rollen, mag een PGO Server meerdere PGO Nodes gebruiken, maar mag de PGO Server maar één PGO Node gebruiken voor al haar frontchannelverkeer, op het authorization interface dus. De inhoud van de OAuth Client List wordt alleen gebruikt op dat authorization interface, voor twee doelen:
Daarom hoeft, voor een PGO Server, in de OAuth Client List alleen die ene PGO Node te worden opgenomen die deze PGO Server voor haar frontchannelverkeer gebruikt. Om geen overbodige gegevens te verspreiden, worden alle andere eventuele PGO Nodes van de OAuth Client List geweerd. |
Op deze laag worden de infrastructurele rollen (Nodes) op het MedMij-netwerk bepaald en voorzien van verantwoordelijkheden op het gebied van versleuteling, authenticatie van Nodes en autorisatie van Nodes. Met dat laatste wordt bedoeld dat er steeds opnieuw moet worden vastgesteld dat een Node gerechtigd is zich te bewegen op het MedMij-netwerk. Voor versleuteling en authenticatie worden PKI-certificaten gebruikt. Autorisatie zou op grofweg twee manieren in het MedMij Afsprakenstelsel kunnen worden opgenomen:
De voordelen van de eerste optie zouden zijn dat:
Toch is voor de tweede optie gekozen, omdat de voor de eerste optie benodigde controle over de hostnames en de certificaten alleen met ongewenste bijeffecten gepaard zou gaan. De volgende opties zijn daarbij verkend:
De Nodes op Netwerk-niveau worden geïdentificeerd met een hostname. Omdat dus ook elke PGO Node en ZA Node bij één Dienstverlener hoort, is aan de hostname de Dienstverlener te herkennen. In het persoonsdomein geldt zo dat:
Zo kan dus ook in de OAuth Clientlist de hostname van een PGO Node geassocieerd worden met één (gebruikersvriendelijke naam van de) PGO Server . In het zorgaanbiedersdomein geldt zo dat:
|
1. | In het MedMij-netwerk functioneert:
| |
2. | Op één:
| |
3. | Een of meerdere PKIoverheid TSP's treden op als PKIoverheid TSP. |
Onderstaande tabel vat samen hoe in de verantwoordelijkheden op deze laag de beveiligingsfuncties beveiliging, authenticatie en autorisatie worden ingericht. Het onderscheid, bij autorisatie, tussen inkomend en uitgaand verkeer is het gevolg van dat in deze twee gevallen de identificatie van de andere Node anders plaatsvindt.
frontchannel- verkeer | uitgaand backchannel-verkeer | inkomend backchannel-verkeer | |
---|---|---|---|
versleuteling volgens TLS, met PKIoverheid-certificaat | altijd | ||
identificatie op basis van ... | redirect_uri of Zorgaanbiederslijst | PKIoverheid- certificaat | |
authenticatie, op basis van PKIoverheid-certificaat, van ... | alleen de TLS-server | TLS-client én TLS-server | |
autorisatie op basis van controle tegen de Whitelist | niet | voorafgaand aan de | zie |
1a. | Al het verkeer over het MedMij-netwerk is beveiligd met Transport Layer Security (TLS). | |
1b. | Er wordt enkel gebruik gemaakt van TLS-versies en -algoritmen die zijn geclassificeerd als "goed" in de ICT-beveiligingsrichtlijnen voor Transport Layer Security (TLS), versie 2.1 van het NCSC. Het is niet verplicht om alle algoritmen aan te bieden die in de genoemde richtlijnen als "goed" zijn geclassificeerd. | |
1c. | Gebruik van TLS False Start is verboden.
| |
2. | Om zich te kunnen authenticeren en autoriseren op het MedMij-netwerk, kunnen elke PGO Node, elke ZA Node en de MedMij Stelselnode een PKIoverheid-certificaat overleggen, en wel een server-certificaat van een PKIoverheid TSP. | |
3. | Alle certificaathouders verbinden zich aan de op hen toepasselijke eisen van het PKIoverheid-stelsel. Een organisatie mag meerdere certificaten hebben.
|
4. | Op het MedMij-netwerk wordt al het verkeer versleuteld volgens TLS, zoals bedoeld in verantwoordelijkheid 1. |
5. | Tijdens de handshake van TLS, zoals bedoeld in verantwoordelijkheid 1, wordt door de TLS-server in de
Bij backchannel-verkeer vindt dus twee-wegauthenticatie plaats, bij frontchannel-verkeer een-wegauthenticatie. | |
6a. | ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode valideren tijdens de TLS-handshake aan het begin van een TLS-sessie of het een PKIoverheid-certificaat is en controleren bij de Certification Authority of het ontvangen certificaat geldig is, op basis van CRL of OCSP. In geval van het falen van één van deze controles wordt het certificaat niet geaccepteerd en de TLS-sessie niet gestart. | |
6b. | In geval van het gebruik van OCSP in het kader van verantwoordelijkheid 6a mag de OCSP response vastgeniet zitten aan het certificaat (OCSP Stapling). Omdat het vastnieten van OCSP antwoorden (stapling) is toegestaan, zal iedere Node welke een certificaat moet controleren het vastnieten in zoverre moeten ondersteunen dat het alleen het feit dat er een vastgeniet OCSP antwoord gebruikt wordt niet mag leiden tot een foutmelding of het anderszins plots beëindigen van de TLS handshake of sessie.
| |
6c. | Met inachtneming van verantwoordelijkheid 6a, accepteren ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode PKIoverheid certficaten van elkaar door:
| |
6d. | Voor alle frontchannel (internet-facing) verkeer moeten deelnemers een PKIoverheid-certificaat van het type 'publiek' toepassen, uitgegeven door de volgende keten en/of opvolgende generaties:
Voor alle backchannel verkeer (machine2machine) moeten deelnemers een PKIoverheid-certificaat van het type 'privaat' toepassen, uitgegeven door de volgende keten en/of opvolgende generaties:
| |
6e. | PKIoverheid certificaten moeten (in ieder geval op productie en acceptatie omgevingen) als complete keten inclusief alle intermediate certificaten worden verstuurd en gecontroleerd. Een certificaat keten bestaat uit het certificaat zelf, aangevuld met alle intermediate certificaten die worden meegeleverd door de CSP, de uitgevende instantie van het betreffende certificaat. Het root certificaat moet niet meegeleverd worden (dit is al aanwezig in de truststore van de tegenpartij). |
7. | De MedMij Stelselnode biedt aan PGO Node en ZA Node een use case-implementatie (UCI Opvragen WHL) om de actuele versie van de WHL-implementatie op te vragen. Betrokken rollen gebruiken hiervoor het betreffende stroomdiagram.
| |
8. | Het aandeel van de MedMij Stelselnode in UCI Opvragen WHL is voor minstens 99,9% van de tijd beschikbaar. MedMij Registratie laat, na het niet beschikbaar raken van het aandeel van MedMij Stelselnode in de use case, maximaal acht uren (480 minuten) verstrijken voordat het weer beschikbaar is. | |
9. | PGO Nodes en ZA Nodes betrekken minstens elke vijftien minuten (900 seconden) de meest recente WHL-implementatie van MedMij Stelselnode. | |
10. | De MedMij Stelselnode heeft
| |
11. | PGO Nodes en ZA Nodes valideren elke nieuw verkregen Whitelist tegen het XML-schema van de Whitelist. Dit XML-schema is een technische implementatie van het MedMij-metamodel. Alle hostnames op de Whitelist zijn fully-qualified domain names, conform RFC3696, sectie 2 | |
12. | Ten behoeve van de technische beveiliging van het gegevensverkeer dat zich voltrekt in het kader van UCI Opvragen WHL maken betrokken rollen gebruik van Versleuteling, Server Authentication en Server Authorization, volgens het bepaalde op deze Netwerk-laag. |
13. | ZA Node, PGO Node en MedMij Stelselnode laten, elk hunnerzijds, backchannel-verkeer over het MedMij-netwerk dan en alleen dan doorgang vinden, nadat zij hebben vastgesteld dat de hostname van de andere Node, waarmee verbinding gemaakt zou worden, op de meest actuele Whitelist voorkomt.
| |
14a. | De Node die
| |
14b. | Voor zover de Dienstverlener Zorgaanbieder ervoor kiest de controle tegen de Whitelist na afloop van de TLS-handshake uit te voeren, is deze controle logisch gescheiden van de bedoelde eerstvolgende stap. De vereiste volgordelijkheid kan worden aangetoond door middel van code-inspecties, penetratietesten en inspecties van logs.
| |
15. | Indien een Whitelist-controle, in het kader van verantwoordelijkheid 14, niet kan worden uitgevoerd, of een negatief resultaat oplevert, breekt dit de voortgang af van de uitvoering van de use case-implementatie en stellen de betrokken Applicatie-rollen elkaar hiervan niet op de hoogte.
|
16. | Dienstverleners persoon, Dienstverleners zorgaanbieder en MedMij Beheer zijn, in hun rol als DNS Server of cliënt daarvan, ervoor verantwoordelijk dat de name records behorende bij de hostnames van MedMij Nodes, respectievelijk de MedMij Stelselnode, zijn ondertekend volgens DNSSEC. | |
17. | De MedMij Stelselnode en elke MedMij Node, in zijn rol als DNS resolver in het Domain Name System, controleert of de ontvangen name records zijn voorzien van ondertekening volgens DNSSEC en valideert deze volgens DNSSEC. Indien deze controle en validatie niet beide slagen, ziet hij af van verbinding met de betreffende hostname.
|
18. | De OAuth Client List bevat voor elke PGO Server alleen die PGO Node waarmee de betreffende PGO Server het frontchannelverkeer afhandelt.
|