In ontwikkeling
Token interface, Abonneren
Op deze pagina staan alleen de verantwoordelijkheden inzake het token interface die nog niet genoemd staan in de OAuth 2-specificatie.
1. | De parameters in de access-token response worden als volgt gevuld:
Bovenstaande tabel is een uitbreiding op de tabel die is weergegeven in core.tknint.201 | ext.abo.tknint.200 | ||||||||||||
2. | Na ontvangst van een access token request, in de functies Verzamelen, Delen of Abonneren, zal de OAuth Authorization Server, indien in antwoord daarop een access token dient te worden uitgegeven, na maximaal tien (10) seconden dit acces token ter beschikking stellen aan de OAuth Client. Dit gedrag van de OAuth Authorization Server is gedurende minimaal 99,5% van de tijd beschikbaar. Bovenstaande tabel is een uitbreiding op de tabel die is weergegeven in core.tknint.206 | ext.abo.tknint.201 | ||||||||||||
3. | OAuth Authorization Server en OAuth Client behandelen uitzonderingssituaties inzake het token interface volgens onderstaande tabel.
De uitzonderingssituaties kunnen gezien worden als de implementatie-tegenhangers van de uitzonderingen van de functies Verzamelen en de Delen. Op de Applicatielaag zijn deze echter per interface geordend. Alle uitzonderingen worden door de Authorization Server ontdekt. In deze versie van het MedMij Afsprakenstelsel is bepaald dat zij altijd leiden tot het zo snel mogelijk afbreken van de flow door alle betrokken rollen. Daartoe moeten echter eerst nog de andere rollen geïnformeerd worden. Deze tabel bevat alleen die uitzonderingssituaties ten aanzien waarvan het MedMij afsprakenstelsel eigen eisen stelt aan de implementatie. In de specificatie van OAuth 2.0 staan daarnaast nog generiekere uitzonderingssituaties, zoals de situatie waarin de redirect URI ongeldig blijkt. Ook deze uitzonderingssituaties moeten geïmplementeerd worden. | ext.abo.tknint.202 |