In ontwikkeling
Authorization interface
De authorization interface hoort bij de hoofdfunctie Regie.
Op deze pagina staan alleen de verantwoordelijkheden inzake de authorization interface die nog niet genoemd staan in de OAuth 2-specificatie.
1 | De OAuth Client voegt bij het versturen van een Authorization request twee | core.authint.208 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
2 | De parameters in de authorization request worden als volgt gevuld:
Conform de OAuth 2- specificatie moeten overige parameters die meegestuurd worden in het request genegeerd worden. | core.authint.200 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
3 | De OAuth Client zorgt ervoor dat voor het authorization request de http-methode In de OAuth-specificatie, sectie 3.1 wordt de OAuth Authorization Server verplicht gesteld | core.authint.201 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
4 | Na ontvangst van een authorization request verifieert de Authorization Server dat:
Als een van deze verificaties niet slaagt dan behandelt de Authorization Server dit als uitzondering 1a volgens verantwoordelijkheid core.authint.207. | core.authint.202 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
5 | Vervolgens verifieert de Authorization Server dat:
Als een van deze verificaties niet slaagt dan behandelt de Authorization Server dit als uitzondering 1b volgens verantwoordelijkheid core.authint.207. Zo voorkomt de Authorization Server dat gevolg wordt gegeven aan een verzoek dat blijkens de OAuth Client List of Aanbiederslijst niet is toegestaan. | core.authint.203 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
6 | Tijdens de afhandeling van een authorization request laat de Authorization Server, in zijn rol als Authentication Client, voordat hij de Persoon om OAuth-autorisatie vraagt, de Persoon authenticeren door de Authentication Server. Conform stroomdiagram onder 1. De Aanbieder in het Aanbiedersdomein, en dus BSN-domein, is verplicht bij het verstrekken van gegevens vanuit een gezondheidsdossier de identiteit van de persoon te verifiëren aan de hand van het BSN. Het MedMij Afsprakenstelsel brengt het gebruik van de Authentication Server onder in de OAuth-flow, onder operationele verantwoordelijkheid van de Authorization Server. Laatstgenoemde handelt in dezen onder verantwoordelijkheid van individuele Aanbieders, want die zijn het waarvoor de Persoon zich authenticeert. De directe interactie van de Persoon met de Authorization Server is bedoeld om de DVP Server te autoriseren om de Resource Server aan te spreken. Die levert de uiteindelijke Gegevensdienst pas. | core.authint.204 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
7 | Onmiddellijk na authenticatie van de Persoon, zoals bedoeld in verantwoordelijkheid core.authint.204, en alleen als deze slaagt, vraagt de OAuth Authorization Server de Persoon om een Toestemmingsverklaring (in het geval van Verzamelen) of een Bevestigingsverklaring (in het geval van Delen), volgens het daaromtrent bepaalde op de pagina User interface (Autorisatieserver), volgens de standaard OAuth 2.0, op de wijze waarop deze in het MedMij Afsprakenstelsel wordt toegepast. | core.authint.205 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
8 | Voorafgaand aan uitgifte van een authorization code via de in de authorization request opgenomen Dit is een maatregel tegen beveiligingsrisico's 4.4.1.3, 4.4.1.5 en 4.4.1.7 uit RFC 6819 (zie verantwoordelijkheid core.beveiliging.205). Zie ook verantwoordelijkheid core.tknint.206. | core.authint.206 | ||||||||||||||||||||||||||||||||
9 | Authorization Server en DVP Server behandelen uitzonderingssituaties inzake het authorization interface af volgens onderstaande tabel.
De uitzonderingssituaties kunnen gezien worden als de implementatie-tegenhangers van de uitzonderingen van de functies Verzamelen en Delen. Op de Applicatielaag zijn deze echter per interface geordend. Alle uitzonderingen worden door de Authorization Server ontdekt. In deze versie van het MedMij Afsprakenstelsel is bepaald dat zij altijd leiden tot het zo snel mogelijk afbreken van de flow door alle betrokken rollen. Daartoe moeten echter eerst nog de andere rollen geïnformeerd worden. Om te voorkomen dat de DVP Server informatie over het bestaan van behandelrelaties verkrijgt zonder dat daarvoor (al) toestemming is gegeven, moet het onderscheid tussen de uitzonderingen 2, 3 en 4 niet te maken zijn door de DVP Server. Deze tabel bevat alleen die uitzonderingssituaties ten aanzien waarvan het MedMij afsprakenstelsel eigen eisen stelt aan de implementatie. In de specificatie van OAuth 2.0 staan daarnaast nog generiekere uitzonderingssituaties, zoals de situatie waarin de redirect URI ongeldig blijkt. Ook deze uitzonderingssituaties moeten geïmplementeerd worden. | core.authint.207 |